Musée d’Orsay: de 10 beroemdste schilderijen en waar ze hangen

, ,

Twee dingen die je moet weten vóór je een kaartje koopt. Het Musée d’Orsay is elke maandag gesloten — en als je in Nederland woont en onder de 26 bent, kom je er elke dag gratis binnen. Je hoeft alleen je identiteitsbewijs te laten zien. Duizenden bezoekers uit de EER betalen jaarlijks voor iets waar ze recht op hebben zonder te betalen.

En dan de prijs zelf, die averechts werkt: een volledig kaartje kost 16 euro online en 14 euro aan de kassa. Je betaalt online dus twee euro méér. Dat is geen fout — je koopt er tijd mee, geen korting. Op een zaterdagmiddag in juli staat de rij bij de ingang zonder reservering makkelijk drie kwartier.

Het museum zelf is een voormalig treinstation. Gare d’Orsay werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1900 en was binnen veertig jaar te kort voor moderne treinen. Die oorsprong zie je nog overal: de grote hal is het oude perron, en op de bovenste verdieping kijk je door de enorme doorzichtige stationsklok uit over de Seine. Wil je begrijpen wat je ziet zonder een gids achterna te lopen, dan werkt een audiogids door het Musée d’Orsay goed: 48 stops in ongeveer tweeënhalf uur, in je eigen tempo.

Wat je moet weten voor je gaat

  • Maandag dicht. Net als op 1 mei en 25 december. Wil je op maandag een groot museum, ga dan naar het Louvre — dat is juist dinsdag gesloten.
  • Donderdag is de beste avond. Op donderdag blijft het museum open tot 21.45 uur, laatste toegang om 21.00 uur, zalen sluiten om 21.15 uur. Vanaf een uur of zeven is het er merkbaar rustiger dan overdag.
  • Onder de 26 en woonachtig in de EER: gratis. Dat geldt voor Nederlanders en Belgen, elke dag, ook in het hoogseizoen. Onder de 18 is het wereldwijd gratis.
  • Elke eerste zondag van de maand is iedereen gratis binnen — maar reserveren is dan verplicht en de tijdsloten zijn binnen een dag weg. In 2026 zijn dat 4 januari, 1 februari, 1 maart, 5 april, 3 mei, 7 juni, 5 juli, 2 augustus, 6 september, 4 oktober, 1 november en 6 december.
  • Online is duurder, niet goedkoper. 16 euro online tegen 14 euro aan de kassa. Je koopt er de wachtrij mee af, verder niets.
  • Begin bovenaan. Bijna iedereen begint in de grote hal op de begane grond en werkt omhoog. De impressionisten hangen op de bovenste verdieping — neem meteen de lift naar boven en loop daarna naar beneden. Je scheelt de drukte een uur.
  • De zaalindeling verandert. Het museum herschikt regelmatig, en werken gaan op reis naar tentoonstellingen elders. Ga af op de verdieping, niet op een zaalnummer uit een oud artikel — en controleer op de dag zelf of jouw schilderij hangt.
  • Dichtstbijzijnde halte: Solférino, metrolijn 12, of station Musée d’Orsay aan de RER C. Adres: 1 Rue de la Légion d’Honneur, aan de linkeroever tegenover de Tuilerieën.

Hoe de collectie is opgebouwd

Het Musée d’Orsay beslaat de Franse kunst van ruwweg 1848 tot 1914 — precies de halve eeuw tussen het Louvre, dat ophoudt bij de romantiek, en het Centre Pompidou, dat begint bij de moderne kunst. Wie de drie op volgorde doet, ziet de Franse schilderkunst in één rechte lijn.

Er zijn drie niveaus. Op de begane grond hangen de romantici, de realisten en de academische schilders uit het midden van de negentiende eeuw. Op de middenverdieping staan het symbolisme, de art nouveau en de beeldhouwkunst. De bovenste verdieping is waarvoor de meeste mensen komen: de impressionisten en postimpressionisten, en daar hangt ook de klok.

Het aardige aan Orsay is dat de gevierde en de verguisde schilders naast elkaar hangen. In 1863 kocht keizer Napoleon III De geboorte van Venus van Alexandre Cabanel voor zijn eigen collectie. In datzelfde jaar schilderde Édouard Manet Olympia — een vrouw in vrijwel dezelfde houding, die bij de presentatie twee jaar later zo’n schandaal veroorzaakte dat er bewakers bij moesten. Beide doeken hangen nu in hetzelfde gebouw, een paar zalen uit elkaar.

Voornaamste informatie

Adres:

1 Rue de la Légion d’Honneur

Dichtstbijzijnde halte: Solférino (RER C en metrolijn 12)

Openingstijden: dagelijks 9.30–18.00 uur, donderdag tot 21.45 uur. Maandag gesloten

Entreeprijs: 16 euro online, 14 euro aan de kassa. Wil je niet in de rij staan, dan kan je online vooraf tickets bestellen.

Hieronder de tien doeken waar de meeste bezoekers voor komen, met bij elk waarom het de moeite waard is om er even voor te blijven staan. Eerst het overzicht, zodat je weet op welke verdieping je moet zijn.

SchilderijSchilderJaarVerdieping
De kathedraal van RouenClaude Monet1892–93Boven
Le déjeuner sur l’herbeÉdouard Manet1863Boven
OlympiaÉdouard Manet1863Boven
Het circusGeorges Seurat1891Boven
Sterrennacht boven de RhôneVincent van Gogh1888Boven
De familie BellelliEdgar Degas1858–67Begane grond
Bal du moulin de la GaletteAuguste Renoir1876Boven
De overstroming bij Port-MarlyAlfred Sisley1876Boven
Tahitiaanse vrouwen op het strandPaul Gauguin1891Boven
De geboorte van VenusAlexandre Cabanel1863Begane grond

Audiogids door het Musée d’Orsay — 48 stops

“De kathedraal van Rouen” — Claude Monet

De kathedraal van Rouen door Claude MonetBovenste verdieping, bij de impressionisten.

Monet schilderde de westgevel van de kathedraal van Rouen dertig keer, vanaf precies hetzelfde punt. Hij huurde er in 1892 en 1893 een kamer tegenover voor, en werkte aan meerdere doeken tegelijk: zodra het licht veranderde, zette hij het ene weg en pakte het volgende. Het onderwerp is dus niet de kathedraal, maar het uur van de dag.

Orsay heeft er meerdere naast elkaar hangen, en dat is de enige manier om de serie te begrijpen — één los doek zegt weinig. Sta er een minuut voor en kijk naar het portaal: in het ochtendlicht is het blauw, tegen de avond oranje. Wie erdoor geraakt wordt, kan de echte kathedraal bezoeken op een dagtrip naar Rouen, tachtig minuten met de trein vanaf Gare Saint-Lazare.

“Le déjeuner sur l’herbe” — Édouard Manet

Le déjeuner sur l'herbe van Édouard ManetBovenste verdieping.

Een naakte vrouw picknickt in een bos met twee heren in volledig eigentijds pak, en ze kijkt de toeschouwer recht aan. De Salon van 1863 weigerde het doek, waarna Napoleon III een aparte tentoonstelling liet inrichten voor de geweigerde werken — de Salon des Refusés. Daar werd het uitgelachen.

De verontwaardiging ging niet over het naakt zelf; naakte godinnen hingen overal. Het probleem was dat deze vrouw geen godin was maar een herkenbare tijdgenoot, in een gewoon bos, naast mannen met dassen om. Manet ontleende de compositie aan een prent naar Rafaël, wat destijds niemand als verzachtende omstandigheid zag.

“Olympia” — Édouard Manet

Olympia van Édouard ManetBovenste verdieping.

Hetzelfde jaar, dezelfde schilder, nog meer ophef. Manet nam de houding van Titiaans Venus van Urbino en gaf haar het gezicht en de attributen van een Parijse courtisane: een zwart lint om de hals, één muiltje half afgegleden, een zwarte kat aan het voeteneind. Toen het doek in 1865 eindelijk werd getoond, moest er bewaking bij omdat bezoekers het met wandelstokken te lijf gingen.

Kijk naar haar hand. In het doek van Titiaan is die ontspannen; hier drukt hij. Dat kleine verschil is waar de negentiende eeuw over viel.

“Het circus” — Georges Seurat

Het circus van Georges SeuratBovenste verdieping.

Seurat schilderde niet met streken maar met punten: duizenden losse stipjes zuivere kleur die pas op afstand in je oog vermengen. Le Cirque is zijn laatste werk en bleef onafgemaakt — hij stierf in 1891, éénendertig jaar oud, tijdens de tentoonstelling waarop het hing.

Ga er eerst met je neus vlak voor staan en doe dan vijf stappen achteruit. Dat verschil is het hele punt van het pointillisme, en bij dit doek is het effect het sterkst in de gele zaagselvloer van de piste.

“Sterrennacht boven de Rhône” — Vincent van Gogh

Sterrennacht boven de Rhône van Vincent van GoghBovenste verdieping.

Niet te verwarren met De sterrennacht uit New York — dit is de Arlesiaanse versie, geschilderd in september 1888 aan de oever van de Rhône, op een paar minuten lopen van het Gele Huis. Van Gogh werkte ’s nachts buiten, met kaarsen op de rand van zijn hoed geplakt.

De sterren in de Grote Beer staan bovendien astronomisch juist. Op de voorgrond loopt een ouder echtpaar langs het water; hij schreef aan zijn broer Theo dat hij het beeld “een beetje van liefde” wilde geven. Orsay heeft een flinke Van Gogh-verzameling, met ook zijn zelfportret uit 1889 en De kerk van Auvers-sur-Oise.

“De familie Bellelli” — Edgar Degas

De familie Bellelli van Edgar DegasBegane grond.

Degas was begin twintig toen hij dit in Florence begon, bij zijn tante Laura, en hij deed er bijna tien jaar over. Het is geen vriendelijk familieportret. Laura staat in rouwkleding, zwanger, en kijkt langs haar man heen; baron Bellelli zit met zijn rug naar de kijker in een stoel, afgesneden door de rand van het doek. De twee dochters zitten er letterlijk tussenin, de ene bij de moeder, de andere half gedraaid naar de vader.

Het huwelijk was ongelukkig en Degas verborg dat niet. Voor een schilder die later vooral om zijn balletdanseressen bekend zou worden, is dit zijn strengste werk.

“Bal du moulin de la Galette” — Auguste Renoir

Bal du moulin de la Galette van Auguste RenoirBovenste verdieping.

Een zondagmiddagbal in de openlucht op Montmartre, 1876, toen de heuvel nog een dorp met wijngaarden en windmolens was. Renoir sleepte het grote doek elke dag de heuvel op om ter plekke te werken, en schilderde vrienden en buurtbewoners als modellen.

Let op de lichtvlekken op de jassen en hoeden: dat is zonlicht dat door de bladeren valt. Critici vonden destijds dat de figuren eruitzagen alsof ze beschimmeld waren. De molen zelf, de Moulin de la Galette, staat er nog steeds — je loopt er langs op elke wandeling over Montmartre.

“De overstroming bij Port-Marly” — Alfred Sisley

De overstroming bij Port-Marly van Alfred SisleyBovenste verdieping.

De Seine trad in 1876 buiten haar oevers bij Port-Marly, even ten westen van Parijs, en Sisley maakte er zes doeken van. Wat een ramp had kunnen zijn, werd bij hem stil: een wijnhandel tot aan de dorpel in het water, een roeiboot waar normaal de straat ligt, en een lucht die de helft van het schilderij beslaat.

Sisley was de armste van de impressionisten en verkocht bij leven nauwelijks iets. Dit is het doek waarmee hij achteraf de kunstgeschiedenis in ging.

“Tahitiaanse vrouwen op het strand” — Paul Gauguin

Tahitiaanse vrouwen op het strand van Paul GauguinBovenste verdieping.

Gauguin schilderde dit in 1891, kort na aankomst op Tahiti, waar hij naartoe was gegaan om aan Europa te ontsnappen. Twee vrouwen zitten op het zand, de ene in een inheemse pareu, de andere in een hooggesloten westerse jurk van de missie — het eiland dat hij “ongerept” wilde vinden, was al dertig jaar Franse kolonie.

De kleurvlakken zijn plat en zwart omlijnd, zonder schaduw en zonder perspectief. Dat was zijn breuk met de impressionisten, die hij te veel met het oog en te weinig met het hoofd vond werken.

“De geboorte van Venus” — Alexandre Cabanel

De geboorte van Venus van Alexandre CabanelBegane grond.

Het tegendeel van alles hierboven, en daarom hoort het in dit rijtje. Cabanel toonde deze Venus op de Salon van 1863 — dezelfde Salon die Manets picknick weigerde — en Napoleon III kocht het doek onmiddellijk voor zijn eigen verzameling. Gladde huid, geen zichtbare penseelstreek, een mythologisch excuus voor het naakt: precies wat het publiek toen wilde.

Loop van deze zaal naar Olympia boven en je doet in vijf minuten de omslag die de negentiende-eeuwse schilderkunst heeft bepaald: van het gladde atelierideaal naar het ongemakkelijke heden. Dat contrast is, meer dan welk afzonderlijk schilderij ook, de reden om naar Orsay te gaan.

Hoeveel tijd moet je uittrekken?

Voor alleen deze tien doeken ben je met anderhalf uur klaar, mits je meteen naar boven gaat. Wie de hele collectie wil zien, moet op drie tot vier uur rekenen — en dan nog laat je de beeldhouwkunst op de middenverdieping half liggen.

Een praktische indeling die werkt: kom op donderdag rond zes uur binnen, begin op de bovenste verdieping bij de impressionisten, drink halverwege koffie achter de stationsklok en zak daarna af naar de begane grond. Je hebt dan drie uur met aanzienlijk minder mensen om je heen dan overdag.

Meer over kaartjes, tijdsloten en de handigste route lees je in ons uitgebreide bezoekersgids voor het Musée d’Orsay. En wil je het museum met uitleg door terwijl je zelf het tempo bepaalt, dan geeft de audiogids van TouringBee voor het Musée d’Orsay je 48 stops in het Engels, die je op je eigen telefoon afspeelt.

Geniet van de kunst in het Musée d’Orsay!

» MEER ZIEN – 10 gratis te bezoeken musea in Parijs

» MEER ZIEN – De mooiste musea in Parijs

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *