10 Siciliaanse souvenirs die je echt alleen daar vindt
Twee dingen kosten je op de terugweg geld. Alles boven 100 milliliter — olijfolie, Marsala, amarolikeur — mag niet mee in je handbagage. Dat gaat in het ruim, of het gaat bij de security van Catania of Palermo de prullenbak in. En keramiek uit Caltagirone overleeft een koffer zelden zonder de verpakking die ze in de werkplaats zelf om je bord doen.
De rest is makkelijker dan je denkt. Sicilië hoort bij de EU, dus voor eigen gebruik gelden geen invoerbeperkingen: wijn, olie, kaas en zoetigheid mogen gewoon mee naar Nederland. Alleen voor verse zuivel en vlees is het oppassen bij lange terugreizen zonder koeling.
Wat je koopt is grotendeels bepaald door waar je bent geweest. Keramiek is Caltagirone, papyrus is Syracuse, marionetten zijn Palermo en de pistache komt uit Bronte aan de voet van de Etna. Wie zijn route nog aan het plannen is, heeft daar wat aan: een rondrit over het eiland met de auto brengt je langs alle vier, het openbaar vervoer niet.
Hieronder tien souvenirs die echt Siciliaans zijn, met per stuk waar je het koopt en waar je op moet letten.
Wat je moet weten voordat je koopt
- Vloeistoffen in het ruim. Olie, wijn en likeur boven 100 ml mogen niet in de handbagage. Reis je met alleen handbagage, koop dan op de luchthaven na de security — of kies de droge souvenirs uit dit lijstje.
- Binnen de EU geen douanegedoe. Voor persoonlijk gebruik gelden geen invoerlimieten vanuit Italië naar Nederland of België. Voor commerciële hoeveelheden wel.
- Laat keramiek ter plekke inpakken. De werkplaatsen in Caltagirone doen dat standaard en gratis. Een bord in een handdoek in je koffer gaat stuk.
- Koop olijfolie niet in de supermarkt. De goede olie komt van producenten in de dorpen en staat zelden in het schap van een grote keten. Vraag in het restaurant waar ze hun olie vandaan halen — dat werkt beter dan zoeken.
- Let op de herkomst van lava. “Lavasteen” bij de kraampjes op de Etna is lang niet altijd van de Etna, en de echte stukken zijn zwaar. Koop liever bewerkte lava — een bord, een tegel — dan losse brokken van twijfelachtige herkomst.
- Marsala moet DOC zijn. Zonder die aanduiding op het etiket koop je een zoete wijn die toevallig uit de streek komt, niet de versterkte wijn waar Marsala om bekendstaat.
- Pistache: kijk of er Bronte staat. De pistache van Bronte heeft een DOP-keurmerk en een diepgroene kleur. De felgroene crème in toeristenwinkels is vaak gewoon gekleurd.
- Marsepeinfruit is seizoenswerk. De frutta martorana hoort bij Allerheiligen begin november. In de zomer vind je het ook, maar minder vers en vaker machinaal.
- Koop marionetten bij een theater, niet bij een kiosk. Bij de poppentheaters van Palermo en Syracuse verkopen de families die de voorstellingen spelen hun eigen werk — daar weet je wat je koopt.
Souvenirs van lava
Op Sicilië vind je souvenirs die je nergens anders tegenkomt, en gestolde lava van de Etna staat bovenaan. Winkels in de dorpen rond de vulkaan verkopen bloempotten, borden, beeldjes van mythische figuren, asbakken, hangers en kettingen — allemaal uit het zwarte, poreuze gesteente dat bij elke uitbarsting bijkomt.
Het materiaal is zwaar, dus houd rekening met je kilo’s. Een bewerkt lavabordje van twintig centimeter weegt al snel een halve kilo. Het mooiste zijn de stukken waarin de lava is geglazuurd: zwart met een kleurvlak erop, een combinatie die alleen hier gemaakt wordt. Onderweg naar de Etna kom je langs de meeste werkplaatsen.
Volksinstrumenten

Voor een muziekliefhebber is de marranzano het beste cadeau uit Sicilië: een kleine metalen mondharp die je tussen je tanden klemt en met een vinger aantokkelt. Hij past in een jaszak, kost weinig en klinkt onmiddellijk herkenbaar Siciliaans — je hoort hem in bijna elke film die op het eiland speelt.
Het tweede instrument is de tamburello, een tamboerijn met een beschilderd vel, meestal met taferelen uit het eilandleven of de klassieke ridderverhalen. Groter en minder makkelijk mee te nemen, maar als wandobject doet hij het goed.
Keramiek uit Caltagirone
Caltagirone is de keramiekhoofdstad van het eiland en dat zie je aan de straat zelf: de trap van Santa Maria del Monte telt 142 treden, en sinds 1954 is elke trede bekleed met beschilderde majolicategels, geen twee hetzelfde.
Ga je in mei, dan ligt de hele trap vol bloemen voor de Infiorata. Ga je op 24 of 25 juli, of op 14 en 15 augustus, dan wordt de trap verlicht met vierduizend olielampjes ter ere van de patroonheilige — een van de mooiste avonden van Sicilië en ook een van de drukste.
In de stad zitten meer dan honderd werkplaatsen, en je kunt er zo binnenlopen. De klassiekers zijn borden en vazen met traditionele patronen, en de teste di moro: vazen in de vorm van een hoofd, altijd per twee, een man en een vrouw. Er hoort een bloedige legende bij over een ontrouwe Moor en een Siciliaanse die hem onthoofdde en zijn hoofd als bloempot gebruikte.
Papyrus uit Syracuse
Egypte geldt als de bakermat van papyrus, maar er is één plek in Europa waar de plant in het wild groeit: de rivier de Ciane bij Syracuse. Daar staan hele velden papyrus, waarschijnlijk in de derde eeuw voor Christus vanuit Egypte meegebracht.
In Syracuse zijn winkels waar je niet alleen bladen en schilderingen op papyrus koopt, maar ook kunt zien hoe het gemaakt wordt: de stengel wordt in dunne reepjes gesneden, gekruist gelegd, geperst en gedroogd, precies zoals in de oudheid. Een beschilderd vel is licht, plat en breekt niet — het handigste souvenir van dit hele lijstje om mee te nemen.
Marionetten
De Siciliaanse poppen zijn geen speelgoed maar theater. In de Opera dei Pupi vertellen poppenspelers al sinds de negentiende eeuw de verhalen van Karel de Grote en zijn ridders, met zware houten poppen in echt metalen harnas die aan ijzeren staven worden bewogen. UNESCO plaatste de traditie op de lijst van immaterieel werelderfgoed.
De poppen zijn er in alle maten, van vijftig centimeter tot anderhalve meter. De kleine zijn betaalbaar en passen in een koffer; de grote zijn handwerk van families die het vak generaties doorgeven, en dat zie je aan de prijs. Koop ze bij de theaters in Palermo of Syracuse en niet bij een souvenirkiosk aan de boulevard — daar hangen fabriekspoppen met geplakte harnassen.
De coppola

De platte pet die je uit elke maffiafilm kent, is eigenlijk een import: Britse landheren brachten hem in de negentiende eeuw mee, en Sicilië maakte hem tot zijn eigen symbool. Inmiddels staat hij op ansichtkaarten, in boeken en op schilderijen van het eiland.
Let bij het kopen op de stof. De goedkope versies zijn van polyester en zakken na één regenbui uit vorm; de echte zijn van tweed, ribfluweel of linnen, met een gevoerde binnenkant en een naam van de hoedenmaker in de band. In Palermo zitten een paar winkels die niets anders doen.
Snoep en zoetigheid
Het veiligste cadeau: het blijft lang goed en gaat niet stuk. In de winkels vind je gekonfijt fruit, Siciliaanse bitterkoekjes, torrone met noten en gedroogd fruit, en pistachecrème uit Bronte.
Het bijzonderste is de frutta martorana: marsepeinen vruchten, zo nauwkeurig geboetseerd en beschilderd dat je ze op een meter afstand niet van echt onderscheidt. Ze horen bij de dagen rond Allerheiligen, begin november, toen kinderen te horen kregen dat overleden familieleden ’s nachts snoep hadden gebracht. Het beste koop je ze bij een banketbakker, niet in de souvenirwinkel.
Wijn

Sicilië heeft een breed wijnpalet, maar voor een cadeau werken de zoete en versterkte wijnen het best: Marsala, Moscato di Pantelleria, Passito. Let bij Marsala op de vermelding DOC op het etiket, en op de aanduiding vergine of secco als je een droge versie zoekt — de zoete supermarktvariant is vooral kookwijn.
Voor rode wijn is de verrassing de Etna: de wijngaarden op de vulkanische hellingen maken sinds een jaar of vijftien wijnen die internationaal serieus worden genomen. Nerello Mascalese van de noordhelling is de druif om naar te vragen. Nero d’Avola uit het zuidoosten is de bekendere, stevigere keuze.
Olijfolie
Siciliaanse olijfolie staat wereldwijd goed aangeschreven, maar niet de olie uit het eerste het beste supermarktschap. Het verschil tussen een industriële fles en olie van een producent uit een dorp is zo groot dat het bijna een ander product is.
Zoek naar flessen met een oogstjaar erop en een naam van een frantoio, een oliemolen. Veel producenten verkopen aan de deur en laten je proeven. En reken op gewicht: een liter olie plus glas is ruim anderhalve kilo in je koffer.
Zongedroogde tomaten
Zongedroogde tomaten zijn tegelijk een snack en een basisingrediënt. Sicilianen doen ze door pasta en salades, bakken ze mee in brood, maken er saus van en roosteren ze bij vlees. De tomaten van het eiland zijn groot, vlezig en zoet, en gedroogd houden ze die smaak vast.
Ze worden droog of op olie verkocht. De droge zijn lichter, nemen geen plek in en vallen niet onder de vloeistofregels — de handigste variant voor wie met handbagage reist. De versie op olie is lekkerder maar moet het ruim in.
Waar je het beste winkelt
De grote steden hebben elk hun eigen specialiteit: Palermo voor marionetten en hoeden, Syracuse voor papyrus, Caltagirone voor keramiek, Catania voor de markten en alles rond de Etna. Een dag winkelen combineert dus prima met een dag Palermo of Catania.
Markten zijn goedkoper dan winkels maar bieden minder garantie op herkomst. Voor eten en drinken zijn ze ideaal; voor keramiek en marionetten koop je beter bij de maker. En bedenk dat veel kleine werkplaatsen tussen één en vier uur ’s middags dicht zijn — de siësta is op Sicilië geen folklore.
We hopen dat je reis naar Sicilië onvergetelijk zal zijn!
» MEER ZIEN – Winkelen op Sicilië: de beste steden en winkels
» MEER ZIEN – Wat zijn de leukste plekjes op Sicilië?

Ben_Kerckx / Pixabay
Jacub Gomez / Pexels
Vera Kratochvil / publicdomainpictures.net / CC0
Tama66 / Pixabay
Midicloriano / Pixabay
lauramariakollo / Pixabay
Ben_Kerckx / Pixabay
Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!